Ivermectine 10 mg/ml injectievloeistof
Rund:
Behandeling van infecties veroorzaakt door de volgende parasieten:
Maag-darmwormen (volwassen en L-4 stadia):
Ostertagia ostertagi (inclusief geïnhibeerde O. ostertagi),
Ostertagia lyrata, Haemonchus placei,
Trichostrongylus axei,
Trichstrongylus colubriformis,
Cooperia oncophora,
Cooperia punctata,
Cooperia pectinata,
Oesophagostomum radiatum en Nematodiris helvetianus (volwassen).
Longwormen (volwassen en L-4 stadia):
Dictyocaulus viviparus
Runderhorzels (parasitaire stadia):
Hypoderma bovis,
Hypoderma lineatum
Bloedzuigende luizen:
Linognathus vituli,
Haematopinus eurysternus
Schurftmijten:
Psoroptes communis var bovis,
Sarcoptes scabiei var bovis
Het diergeneesmiddel kan ook worden gebruikt om infectie veroorzaakt door de schurftmijt Chorioptes bovis te verminderen, maar totale eliminatie treedt niet altijd op.
Varken:
Behandeling van infecties veroorzaakt door de volgende parasieten:
Maag-darmwormen:
Ascaris suum (volwassen en L-4 stadia)
Hyostrongylus rubidus (volwassen en L-4 stadia)
Oesophagostomum spp. (volwassen en L-4 stadia)
Strongyloides ransomi (volwassen)
Longwormen:
Metastrongylus spp. (volwassen)
Luizen: Haematopinus suis
Schurftmijten:
Sarcoptes scabiei var suis
Subcutaan gebruik.
Alleen voor eenmalige toediening.
Om een juiste dosering te waarborgen, dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden.
De nauwkeurigheid van het doseringsapparaat moet worden gecontroleerd.
Als dieren groepsgewijs behandeld worden in plaats van individueel, dienen ze op gewicht te worden ingedeeld in groepen en moet de toe te dienen dosis op basis daarvan worden berekend, om onder- en overdosering te vermijden.
Rund:
Ivermectine dient te worden toegediend in een dosering van 200 microgram per kg lichaamsgewicht (1 ml/50 kg).
Het moet subcutaan worden toegediend voor of achter de schouder waarbij een aseptische techniek wordt gebruikt.
Het gebruik van een steriele 17-gauge, 12,7 mm naald (gelijkwaardig aan 1/2 inch naald) wordt aangeraden.
Een aftapnaald wordt geadviseerd om overmatig aanprikken van de stop te voorkomen.
Varken:
Het diergeneesmiddel dient te worden toegediend in een dosering van 300 microgram per kg lichaamsgewicht (1ml/33 kg).
Het moet subcutaan worden toegediend in de nek waarbij een aseptische techniek wordt gebruikt.
Het gebruik van steriele 17-gauge, 12,7 mm naald (gelijkwaardig aan 1/2 inch naald) wordt aangeraden.
Exacte dosering is belangrijk vooral bij varkens met een laag lichaamsgewicht, daarom dient een spuit met een doseringsschaal van 0,1 ml worden gebruikt.
Het behandelingsschema moet op de lokale epidemiologische situatie worden gebaseerd.